Niet veel boeken voor kinderen gaan over de vraag wat nu precies tot natuur gerekend kan worden. Want als je iets op de bodem van de zee vindt, kun je het dan per definitie natuur noemen? En wat als een dier iets opeet en weer uitpoept, is het dan natuur geworden? Deze filosofische vragen— en vele anderen — stelt Yvonne Jagtenberg in haar nieuwste boek De eencellige die het leven best wel ingewikkeld vond. Leo, een eencellige, speelt de hoofdrol. Hij geeft niet om toeters en bellen en houdt het leven het liefst zo overzichtelijk mogelijk: ‘Slapen. Eten. Zwemmen.’

Levensvragen waar filosofen al eeuwen over hebben gepiekerd en gepeinsd, komen één voor één voorbij in Jagtenbergs verhaal. Hoe uniek ben je eigenlijk, vraagt Leo zich af? En kun je aan niets denken? En in hoeverre ben je écht vrij? Op geestige wijze verkent Jagtenberg deze vragen op een overigens laagdrempelige manier. Als Leo zich bijvoorbeeld realiseert dat hij zo vrij is als een vis, kan hij zijn geluk niet op. Tot hij beseft dat hij toch niet zo vrij is als hij zelf denkt: ‘Ik moet wel dingen doen, dacht hij. Ik moet zwemmen en eten. Of eten en zwemmen. Anders val ik om. En slapen. Dat moet ik ook’. ‘“Hé bah,” mopperde Leo.’
Een rouwende bloem
Al binnen de eerste paar bladzijden wordt duidelijk dat Leo niet bepaald veel om andere wezens lijkt te geven en voornamelijk met zichzelf bezig is. Dit gegeven zorgt voor hilarische situaties. Als Leo op een dag een hapje van een ogenschijnlijk dode bloem wil nemen, wordt hem de huid vol gescholden: ‘“Blijf van me af, gek!” “Het spijt me,” zei Leo. “Ik dacht dat u al dood was.”’ Even later begint de weduwe over trouwplannen. ‘“Trouwen?” riep Leo. “Wat is dat nou weer?!” “Dat jij de mijne wordt en ik de jouwe.” “O, nee hoor!” zei Leo. “Ik ben Leo de eencellige, ik ben van mezelf!”’ Hoewel de bloem uiteindelijk een redelijk nuchter figuur blijkt te zijn, kun je dat niet van alle dieren zeggen. Zo beweert de maanvis dat de maan ervoor kan zorgen dat zeewezens zich moe, verdrietig of verliefd kunnen voelen en belooft de steenvis ‘rust vanbinnen’ als je je als een steen gedraagt. Dat Leo daar niet in meegaat, valt natuurlijk te verwachten. Wel zorgen ontmoetingen tussen zulke verschillende karakters gegarandeerd voor een grote glimlach tijdens het lezen.

Het boek bestaat uit korte hoofdstukjes die, tot halverwege het boek, los van elkaar gelezen kunnen worden. Ze volgen steeds min of meer hetzelfde stramien: Leo ontmoet een zeedier en raakt op de een of andere manier in een filosofisch gesprek verwikkeld. Het gevaar van zo’n vorm is dat het geheel als los zand kan aanvoelen en daardoor te weinig beklijft. Gelukkig kiest Jagtenberg ervoor om verderop in het boek een meer doorgaande lijn te volgen: Leo realiseert zich dat hij alleen is en gaat op zoek naar een manier om met dat gevoel om te gaan. De daarop volgende ontwikkelingen maken dat het verhaal meer samenhang krijgt.
Balans
Dit geestige boek zal in de eerste plaats voor veel gegrinnik zorgen. Tegelijkertijd snijdt het ook op een laagdrempelige manier filosofische kwesties aan én zorgt het einde van het boek ervoor dat je mee kunt leven met Leo’s zoektocht. De goede balans tussen humor en diepgaande filosofische vragen leidt er in ieder geval toe dat Leo een eencellige die het leven best wel ingewikkeld vond een boek is dat zowel lezers van zeven als honderdzeven aan zal spreken.
Illustraties: Yvonne Jagtenberg.









