‘”Mam?” vraagt Jonas.
“Ja?”
“Wat is … er nou zo geweldig daar?”
”Ik denk dat we dat pas weten als we er zijn.”’
Jonas gaat met zijn ouders en zusje verhuizen van de stad naar het eiland waar zijn vader geboren is. Het afscheid nemen van Boris, Jonas’ beste vriend, valt hem zwaar en hij maakt zich druk of hij wel nieuwe vrienden zal maken. In zijn nieuwe klas zit een meisje dat maar al te graag bij Jonas wil zijn. Maartje praat veel, waardoor Jonas weinig hoeft te zeggen. Dat komt hem goed uit. Hij stottert en daar heeft hij zelf behoorlijk last van. Gelukkig hebben de sessies met Rob, de logopedist, goed geholpen, hoewel Jonas nog steeds stottert. Het verergert zelfs wanneer hij met zijn vader praat. Er zijn een hoop familiegeheimen waar Jonas geen antwoord op krijgt van zijn vader, zoals wie zijn vader is en wie hij nog kent op het eiland. Waarom ontwijkt zijn vader zijn vragen? Wanneer Boris in de herfstvakantie komt logeren, wil Jonas hem alles van het eiland laten zien. Ook vertelt hij zijn beste vriend over de bijzondere man die hij heeft ontmoet met zijn hond, Jaap. Zou deze man iets weten over de familie van Jonas’ vader?
‘”Ja. En nadat mijn moeder was overleden woonde ik alleen met mijn vader… Hij was bijna altijd op zee en ik was ook vaak bij tante Aaltje. Dat weet je al. Na de middelbare school ben ik vertrokken, net als mijn vrienden.”
“Pap, i-ik wi…”
“Sorry Jonas, ik ga nog even werken in mijn kantoor Het is daar toch wat rustiger dan hier en het werk moet af.”
Jonas blijft achter. Hij zit aan de keukentafel en kijkt voor zich uit.’
krachtig en ontroerend
Saskia Eelman is zelf logopedist en spreekt met veel ervaring. Tegelijkertijd beschrijft ze het familieverhaal met krachtige en ontroerende momenten uit het dagelijks leven en voert ze de lezer mee in de introverte gevoelens van Jonas. Dat de lezer vragen heeft en zelf de antwoorden moet zoeken, geeft het verhaal een extra dimensie. Jonas heeft veel last van zijn stotteren waardoor hij soms met een omweg probeert een antwoord te geven. Zonder er te veel woorden aan vuil te maken, verwoordt Eelman het probleem van een stotterend kind heel goed. Als lezer snap je precies hoe Jonas zich voelt. En daarmee is Windstil een geslaagd boek en heel geschikt voor kinderen met een stotterprobleem.
Charlotte Peys illustreerde Windstil. De kaft heeft verschillende kleuren, waardoor het afwijkt van de stijl aan de binnenkant van het boek. Deze tekeningen zijn groen, wat past bij het natuurlijke gevoel, de sfeer en de dieren en planten, zoals de lepelaar en de duinen met duingras, die worden genoemd in het boek. De tekeningen geven weinig weg van het verhaal. Ze bieden ruimte voor eigen invulling en lijken met softpastel of aquarel gemaakt te zijn.
‘Jonas trekt de dekens hoog op en draait zich op zijn zij. Zonder geluid zegt hij de woorden, steeds opnieuw: pap, ik weet wie jouw vader is. Ik weet wie jouw váder is!’
Windstil is een aanrader voor iedereen, jong en oud, die houdt van een serieus, intiem en spannende familiegeschiedenis met als hoofdthema stotteren en familiegeheimen in een natuurlijke omgeving. De lezer voelt zich betrokken bij de hoofdpersoon, en wil graag doorlezen om achter alle antwoorden te komen.









