Interview met Els Beerten

Door: Miet De Bruyn

De Vlaamse auteur Els Beerten werd op 27 maart 1959 geboren in Hasselt en bracht haar jeugd door in Koersel, in de Limburgse mijnstreek. Ze studeerde Nederlands en Engels aan de Katholieke Universiteit Leuven en volgde daar tegelijkertijd de lerarenopleiding. Naast haar werk als auteur, onderwees ze van 1985 tot 2024 Nederlands, Engels en Creatief Schrijven aan het Sint-Jozefscollege in Aarschot. Haar werk werd meermaals bekroond, onder andere met de Boekenleeuw en de Gouden Uil Prijs van de Jonge lezer. Momenteel geeft ze workshops Creatief Schrijven en blijft ze zelf ook schrijven. Uiteraard!

De voorbije zomer had ik een lang gesprek met haar, in brasserie ‘S Hertogenmolens in Aarschot, sinds 1989 haar woonplaats.

Voor het begon
Van kleins af aan was Els Beerten een grote boekenfan. Op vijfjarige leeftijd bezocht ze voor het eerst een bibliotheek en ‘ging er een wereld voor haar open.’ Vanaf toen koesterde ze een grote bewondering voor schrijvers. Zelf vertelde ze ook graag verhalen en droomde ze over boeken schrijven, maar dacht: ‘Ik ga dat nooit kunnen; ik kan zo lang niet stil zitten.’

Hoe het begon
Zoals heel veel Belgische kinderen, groeide Els Beerten op met de weekbladen van Uitgeverij Averbode: de Vlaamse Filmpjes, een wekelijks avonturenverhaal, en de educatieve tijdschriften voor kleuters en lagereschoolleerlingen: Doremi, Zonnekind, Zonnestraal en Zonneland. In 1973 kwam daar TOPMagazine bij, dat zich richtte op de jongeren in de eerste jaren van de middelbare school. ‘Ik maakte deel uit van de eerste generatie TOP-lezers en won een door TOP-magazine georganiseerde schrijfwedstrijd. Zo kwam ik in contact met de redactieleden van TOP, waaronder meerdere bekende Vlaamse kinder- en jeugdauteurs. Als tiener vond ik het uiteraard geweldig om mijn schrijversidolen in levende lijve te ontmoeten! Door hen aangemoedigd, debuteerde ik als auteur in TOP-magazine met cursiefjes, gedichten, gedachten en recensies.  In 1985 schreef ik een Vlaams Filmpje, met als titel Vreemde Eend, en won daarmee de John Flandersprijs. In 1987 verscheen mijn eerste boek, Scènes, bij uitgeverij Davidsfonds. Collega’s recenseren, zag ik niet zitten en daarom stopte ik toen als recensent bij TOP-magazine.‘ Maar als schrijver begon het vanaf dan pas echt voor Els Beerten.

Hoe het voortging
Aanvankelijk schreef Els vooral voor jonge kinderen en over wat ze zelf kende. ‘Daardoor meenden veel lezers mij te herkennen in mijn boeken. Dat vond ik zelf wat vreemd, want ik probeerde juist mezelf af te schermen. Het beeld dat je schept, hoeft immers niet samen te vallen met wie je bent. Ik ben ten slotte gestopt met mezelf te verstoppen, omdat ik merkte dat lezers daar toch wel doorheen keken. En juist toen ik in mijn boeken mezelf méér liet zien, gingen lezers er minder van mij in herkennen en meer van zichzelf. Alsof ik iets universeels had aangeraakt.’

In 1998 verscheen In het donker is het veilig, bij uitgeverij Querido. ‘Dat boek is een soort van keerpunt in mijn werk. Het vertelt het verhaal van Leon en Victor, die zich in de kast onder de trap verstoppen, als hun ouders ruziemaken. De broertjes zijn zelf acht en negen jaar, maar omdat erin dit verhaal zoveel tussen de regels staat, grijpen vooral oudere kinderen en jonge tieners naar dit boek.’

Lopen voor je leven
Els Beerten ging voort op die weg en in 2003 verscheen Lopen voor je leven, haar eerste boek met een adolescent als hoofdpersonage. Het boek speelt zich af in de jaren zeventig van de vorige eeuw en gaat over Noor. Noor is achttien en wil de marathon lopen, maar iedereen vindt haar daar te jong voor. Bovendien is het in die tijd zeer ongebruikelijk voor vrouwen om een marathon te lopen. Maar Noor is een natuurtalent en zet koppig door. Gaandeweg achterhaal je als lezer ook waarom hardlopen van levensbelang is voor Noor.

‘Het was zo fijn om dit boek te schrijven. Het boek gaat over zoveel meer dan over hardlopen en het heeft ook heel veel reacties losgemaakt. Er zit best wat van mezelf in Noor. Niet alleen doe ik ook aan hardlopen, maar in mijn kindertijd liep ik eveneens een wat hobbelig parcours, al waren de horden die ik moest nemen, lang niet zo hoog als die van Noor. Als kind was ik een beetje anders dan de anderen: ik had vuurrode krullen en dat was in die tijd geen zegen. “Die rosse” werd mij regelmatig naar het hoofd geworpen en dat was niet bedoeld als compliment! Bovendien kon ik, zoals ik al zei, als kind héél slecht stilzitten en dat zorgde dan weer voor de nodige wrevel bij volwassenen. Het is geen wonder dat ik mijn personages wegen laat gaan om de plek te vinden waar ze thuis mogen zijn. Ik wil graag aan mijn personages en aan mijn lezers meegeven: hoe moeilijk het nu ook is, vroeg of laat kom je er op de een of andere manier wel uit.’

Allemaal willen we de hemel
In 2008 verscheen Allemaal willen we de hemel, een boek met een erg complex thema. Het verhaal speelt zich af in een klein dorp in Vlaanderen tijdens en vlak na de Tweede Wereldoorlog. In het boek doen vier vertellers hun verhaal: Ward, die aan het Oostfront tegen de communisten gaat vechten; Jef, Wards beste vriend; Jefs kleine broer Remi en hun grote zus Renée, die verliefd is op Ward.

‘Het was niet evident om dit boek te schrijven. WO II, het verzet, de repressie, zijn nog steeds gevoelige onderwerpen in België. Mijn eigen ouders waren bijvoorbeeld ongerust over wat dit verhaal zelfs nu nog zou kunnen teweegbrengen, maar toch wilde ik het per se vertellen. Dit verhaal werpt een universele vraag op: wat of wie is goed of slecht? In dit boek heb ik geprobeerd om daar een zo genuanceerd mogelijk antwoord op te geven. Ik wilde ook onderzoeken of ze wel bestond, de lijn tussen wit en zwart. Ik wilde begrijpen waarom mensen keuzes maken die vernietigend zijn voor henzelf en hun medemens. Ik wilde ontdekken of ze er ooit achter komen dat hun keuze misschien niet de juiste was, en zo ja, hoe ze daar dan mee voortleven. Om die reden moest Ward iemand zijn die we allemaal hadden kunnen zijn. Geen verrader of verklikker, maar een zachtaardige jongen vol goede bedoelingen. Ik ging op zoek naar de kracht van manipulatie en ook naar de omstandigheden waarin we ons laten manipuleren. Ook dit is geen zwart-witverhaal. Niet iedereen bezwijkt voor die oorlogsretoriek en ik wilde onderzoeken waarom sommigen dat dan wel doen. Iedereen moet in zijn leven moeilijke keuzes maken en soms loopt het dan fout. Vervolgens heb je op een bepaald moment de dingen niet meer in de hand; verlies je de controle. Daarover oordelen is misschien niet aan ons? Een mens kan fouten maken, zonder daarom een slecht mens te zijn en ik geloof sterk in tweede kansen geven.

Eén mens is genoeg
Het volgende boek van Els Beerten verscheen in 2014: Eén mens is genoeg. In een muzikaal gezin in Limburg gaat het na de plotse dood van de vader helemaal mis. Juliette en haar broer Louis proberen tegen de verdoken tirannie van hun moeder op te boksen. Als alles ontspoort, besluiten ze elders een nieuw leven te beginnen.

‘Ook in dit gezin slaat het noodlot toe en gebeuren er verschrikkelijke dingen. In 1993 las ik in een nieuw Engels tijdschrift een artikel over het syndroom van Münchhausen. Dat raakte me zo dat het in mijn hoofd bleef hangen. Toen ik zoveel jaar later dit boek ging schrijven, was het daar opeens weer en ging het daarin mee de setting vormen, al werd het in mijn verhaal uiteindelijk Münchausen by proxy. Het gezin, familie, is zo’n interessante biotoop om over te schrijven. Hoe komt het dat mensen zijn, wie ze zijn? Wat doet moeder hier met Mia en waarom? Allemaal zijn we het resultaat van onze geschiedenis en daar speelt familie een grote rol in. Maar ik wil ook laten zien dat dit niet deterministisch hoeft te zijn: dingen kunnen veranderen, en dan ontstaat er misschien wel een uitweg. Voor Juliette is dat Lili. Lili met haar grote mond, Lili die de voorgeschiedenis niet helemaal kent en Juliette niet met fluwelen handschoentjes aanpakt. Lili slaagt erin te bereiken wat zij wil: zangles van Juliette. En via het zingen slaagt Lili er 20 jaar later alsnog in, om Juliette uit haar lethargie en haar isolement te halen en haar letterlijk van haar stoel te doen komen. Naar aanleiding van deze scène in het boek, vroeg ik aan de Vlaamse psychiater Peter Adriaenssens of zoiets echt zou kunnen gebeuren. Dat kon volgens hem, “want één mens is genoeg.” Dat werd toen meteen de titel van het boek.’

De rest van ons leven
Het meest recente boek van Els Beerten, De rest van ons leven, verscheen in 2022. Na WO I heerst er in Italië grote armoede en als gevolg daarvan verhuist Fredo Santoro als kleine jongen met zijn vader naar Engeland. Ze bouwen daar een geslaagd nieuw leven op, tot WO II uitbreekt en Italianen plots niet meer welkom zijn in Engeland. Uiteindelijk belandt Fredo opnieuw in Italië om tenslotte te eindigen in de Limburgse mijnstreek in België.

‘Ik groeide zelf op in die Limburgse mijnstreek en met de grote Italiaanse gemeenschap daar. Het levensverhaal van één van hen, Natale Iuliano, was mee de  aanzet om dit boek te schrijven. Ook dit verhaal gaat over veerkracht, over opstaan, vertrekken en opnieuw beginnen, hoe moeilijk dat ook is. Je neemt jezelf en je geschiedenis immers altijd mee. Niets is zwart-wit en elke keuze die een mens maakt, heeft alles te maken met de omstandigheden en de context en met hoe je daar als mens op reageert en mee omgaat. Zoals in Eén mens is genoeg, het gezin verstikkend is, is hier de gemeenschap dat. Het niet leven volgens de normen van de gemeenschap, het geroddel daarover, het oordelen en veroordelen spelen ook in dit verhaal een rol. Tegelijkertijd zorgt de gemeenschap ook voor de lichtpuntjes in dit boek: de warme armen van La Sorella voor de kleine Fredo, de bekommernis van don Tonio en Roberto, de liefde van Penny en Carlotta voor de volwassen Fredo, de vriendschap tussen Fredo en Luigi, tussen Vito en Gianni, … Ik wil mijn lezers niet zonder hoop achterlaten. Voor mij is hopen niet alleen wachten tot het beter wordt, maar ook, en misschien wel vooral: niet opgeven, iets doen, je lot in eigen handen nemen. En dat doen ook mijn personages.’

Hoe het werkt
Op mijn vraag of ze schrijft aan de hand van een outline, antwoordt Els: ‘Neen, ik vertrek altijd vanuit een personage dat iets wil bereiken of iets ervaart, dat ik zelf nog niet ken. Dan ga ik op onderzoek uit en probeer ik zoveel mogelijk te weten te komen over dat onderwerp of thema. Vertrekken vanuit een leidraad zou voor mij niet werken, omdat schrijven creëren is en daarin speelt het moment mee. Ik krijg soms plotse invallen, waardoor er onverwachte plotwendingen ontstaan, of ik maak keuzes die ook mij verrassen. Daarnaast wissel ik vaak van tijd, van volgorde, van vertelperspectief en maak ik veel gebruik van foreshadowing. Het schrijfproces verloopt bij mij dus behoorlijk grillig. Eenmaal het schrijven klaar, komt het herschrijven; en nog eens, en nog eens, en nog eens, … tot alles voor mijn gevoel helemaal klopt.’

Het vervolg
Momenteel werkt Els Beerten aan een nieuwe roman. Ik kom natuurlijk niet te weten waarover deze gaat en al evenmin wanneer hij klaar zal zijn. Wat ik wel weet: dit was een fijn gesprek om op terug te kijken en een nieuw boek van Els Beerten is al even fijn om naar uit te kijken. Dank je wel, Els!