Dat hoorde je vroeger in Vlaanderen wel eens zeggen, meestal op fluistertoon en gepaard gaand met een meewarige blik. Men bedoelde dan dat diegene het allemaal niet meer zo goed wist, dat hij dwaalde, soms ook letterlijk. Het woord ‘kinds’ kreeg zo een zware lading, maar als je het daarvan ontdoet, is het eigenlijk een treffend juist woord. Omdat het precies zegt wat dementie doet: het maakt op den duur weer een kind van je.
De vader van mijn man is al een aantal jaren dement en hij is nu inderdaad ‘kinds’. Hoe vreselijk dat ook klinkt in onze oren, is het dat ook? Mijn schoonvader is namelijk altijd vrolijk en blij als hij ons ziet, ook al weet hij intussen niet meer wie we zijn. Hij zingt uit volle borst mee, als er gezongen wordt, want vreemd genoeg kent hij al die oude liedjes wel nog uit zijn hoofd. Hij is de lieveling van het woonzorgcentrum, iedereen kent en groet hem en hij groet iedereen heel joviaal terug, al kent hij hen al lang niet meer. Hij wordt goed omringd en hij maakt zich nergens zorgen over. Ik weet het, wij hebben geluk, want hij is 95 jaar. Hij was altijd een aangename, rustige man en hij is dat nu ook nog. Dat geldt niet voor al zijn medebewoners. Sommigen van hen zijn boos, of somber, of helemaal in zichzelf gekeerd. Dat moet verschrikkelijk zijn, ook omdat sommigen van hen veel jonger zijn dan mijn schoonvader.
Ik ben geen neuroloog of geriater, maar in de eerste fase lijkt dementie me vooral akelig voor de patiënt zelf. Hij geraakt langzaam zichzelf kwijt en op heldere momenten weet hij dat ook. Afschuwelijk moet dat zijn. Hoe verder de dementie vordert, hoe makkelijker het lijkt te worden voor de zieke, want die is zich uiteindelijk niet meer bewust van zijn eigen verlies. Maar voor de omgeving lijkt de dementie juist moeilijker te worden, naarmate ze voortschrijdt, want die ziet het verlies altijd maar groter worden, tot er ten slotte een kind overblijft in plaats van een ouder. Om dit te kunnen dragen, aanvaarden, moet je leren leven met wie je ouder nu is en helemaal loslaten wie hij of zij ooit was. Dat is aartsmoeilijk. Dementie is en blijft een vreselijke ziekte, die heel moeilijk te vatten, te begrijpen is, precies omdat ze zoveel facetten heeft. Maar als je er ondanks alles, ten langen leste in slaagt te accepteren dat je ouder je kind wordt, hoeft de liefde niet minder te zijn, al zijn de rollen omgekeerd.
Over dementie gaat het ook in Mijn oma is kwijt van Peter Theunynck en Lies Van Gasse. De kabouters in het hoofd van Lizzie’s oma zijn oud of lui of een beetje doof en doen dus niet meer wat van hen gevraagd wordt. Oma weet niet altijd meer waar ze is of hoe ze ergens moet komen. Het voelt alsof ‘de stad in haar hoofd ontzettend groot is, met miljoenen mensen en auto’s en bussen en trams, maar nergens wegwijzers.’ Nu onthoudt ze de dingen met post-its en soms sneeuwt het in haar kamer van al de briefjes die ze schrijft. Peter Theunynck schreef dit ontroerende verhaal over een dementerende oma en haar kleindochter, in prachtige poëtische woorden. Het verhaal bestaat uit 21 losstaande gedichten, maar subtiel zit er een mooie opbouw in. Alle emoties passeren de revue met een verfrissende lichtheid en een subtiele humor. Lies Van Gasse maakte hierbij adembenemend mooie collageachtige prenten in waterachtige tinten. De troost van schoonheid.









