Avonturen in het Romeinse rijk

Door: Marjet Maks

De historische jeugdroman De zoon van de Zee is geschreven door de veelgeprezen en vertaalde Italiaanse auteur Davide Morosinotto. De auteur begint met een vlot geschreven persoonlijke inleiding, waarin de situatie in Noord-Italië en voorkomende Romeinse termen worden uitgelegd.

Het is 452 na Christus en de strijdkrachten van Attila de Hun zijn het land binnengedrongen en de hoogtijdagen van het Romeinse rijk zijn voorbij. Het verhaal speelt in het noorden van wat nu Italië is, in de driehoek Milaan, Padua en het huidige Venetië en gaat over de veertienjarige Pietro. Hij leeft rustig als varkenshoeder en is een aardige, behulpzame knul. Hij is zeker niet dom, hoewel hij aanvankelijk wel voor dom wordt aangezien, omdat hij groot en sterk is voor zijn leeftijd. Hij woont bij zijn moeder, Rita, een geliefd kruidenvrouwtje, en zijn stiefvader Valdus, een wrede en wat zielige man die hem heeft leren varkenshoeden en rekenen.

Standsverschil
De dag dat er een boodschapper verschijnt verandert alles. Pietro brengt de man naar de Clarissimus, zeg maar de burgemeester of hoogwaardigheidsbekleder, van de stad Ateste. Bij de rivier aangekomen weifelt de veerman. Het paard van de boodschapper kan niet op zijn vlot maar: ‘De boodschapper had grote haast, er was geen tijd te verliezen. “Als jij hem overzet met je vlot,” stelde Pietro voor, “dan laat ik het paard wel door de rivier waden.” Hij wees naar een bocht in de rivier waar de stroming een stuk minder was en zelfs bijna stilviel. De plek waar hij zomers vaak ging zwemmen.’ Pietro is inventief en behulpzaam. Hij heeft veel van dergelijke slimme plannetjes, waarmee hij zijn eigen huid en die van zijn vrienden weet te redden. Ze geven het verhaal vaart en zorgen op cruciale momenten voor een wending en stuwen het plot vooruit.

In Ateste aangekomen leert Pietro Justina en haar broer kennen, de kinderen van de Clarissimus. Er is een groot standsverschil en Justina’s bevel, – zij wil op zijn schouders staan om onder het raam te kunnen horen wat de boodschapper tegen haar vader zegt -, kan hij niet weigeren. Wanneer de vader merkt dat de kinderen hebben staan luisteren, krijgt Pietro de schuld met stokslagen.

Oorlog
De boodschapper vertelt dat de Hunnen (Germanen) in aantocht zijn. De stad zal worden aangevallen en Pietro moet zich met de andere mannen uit het dorp, waaronder zijn vriend Titus, als soldaat melden. Ze krijgen een korte opleiding en moeten zich met mestvorken, stokken en zware houten schilden verdedigen, aanvallen is er niet bij. Het treffen van de Romeinen met de Hunnen wordt een chaotisch en bloederig zootje want de tegenstander bestaat uit ervaren vechtjassen. Maar Pietro en Titus weten er het beste van te maken, de jongens vechten, raken gewond, worden gegijzeld en doorstaan tal van ontberingen. Tot overmaat van ramp blijkt Justina, die zich voordoet als haar broer, mee te reizen met het peloton. Pietro weet als enige dat ze een meisje is en voelt zich verantwoordelijk voor haar welzijn, maar ze is hem ook tot last. Tot ze toevallig zijn leven redt, niet één keer, maar meerdere keren. Er ontstaat een warme vriendschap tussen de twee en ze vluchten samen.

Attila de Hun
En dan staat Pietro oog in oog met Attila de Hun, die hij heimelijk ook bewondert. Kort voor zijn vertrek vertelde zijn moeder dat zijn vader een Hun of een barbaar is. Pietro denkt heimelijk dat Attila misschien wel zijn vader is, dat hij afstamt van de zeevaarders, vandaar dat hij zich heimelijk Pietro Da Mar noemt.
Hij moet vechten voor zijn leven tegen de grote leider.  ‘Alles leek in het voordeel van de Hun: hij was een ervaren krijger, Pietro niet. Hij had een paard, Pietro niet. Hij had pijl en boog, Pietro niet. Er was maar één klein dingetje waardoor de jongen wel een voordeel had op zijn tegenstander. Hij kende het terrein. Voor Aquila was het een platgestampt veld tussen het bos en de rivier. Voor Pietro was het de plek waar hij als kind had gespeeld, (…) de plek waar hij meloenen ging jatten door gebruik te maken van een langwerpige kuil in de grond.’ Pietro rent zich de benen uit zijn zware lijf. ‘Met één houw zou hij [de hun] Pietro doormidden kunnen hakken, ware het niet dat Pietro aan de rechterkant rende en de Hun links naast hem. En zonder dat hij het doorhad was Aquila aan het afdalen terwijl Pietro gewoon op dezelfde hoogte bleef rennen, op de rand van die langwerpige kuil, en bij elke stap kwam Aquila iets lager en was hij zelf dus iets hoger, tot Pietro boven de Hun uitstak.’ Er volgt een gruwelijk tafereel, maar Pietro is de barbaar en leider van de Hunnen te slim af. Hij raakt echter wel zwaar gewond en balanceert enige dagen op het randje van de dood. Hij redt het, met de hulp van Justina en de kruidenzalfjes van zijn moeder. Dat is een wonder en misschien ook zijn lotsbestemming. Hij is nog niet klaar met zijn leven.

De Hunnen trekken verder naar het zuiden, Pietro, Justina en Titus, die ook weer opgedoken is, vluchten naar het noorden, naar de lagune van de Rivus Altus. Op deze plek zal Venetië ontstaan en daar krijgt Pietro, zo vertelt Morosinotto in het nawoord een grote rol in. Dat zal te lezen zijn in de vervolgdelen van deze saga van de familie Da Mar.

Ieder hoofdstuk van De zoon van de Zee begint met een gravureachtige illustratie van een Romeinse voorstelling. In deze historische coming-of-age avonturenroman komen ter wille van het verhaal een hoop toevalligheden langs, waardoor het soms wat over de top is. Bovendien heeft Pietro wel heel veel geluk in zijn leven, dankzij zijn eigen slimme plannetjes.

Toch, dankzij Morosinotto’s ervaren en toegankelijke schrijfstijl, leest het boek als een trein en is het voor de doelgroep 12+ een aanrader vanwege de prettige mix van geschiedenis, spannende avonturen en een personage als Pietro dat zich mooi ontwikkelt. Morosinotto schrijft voor het eerst over de ontstaansgeschiedenis van zijn eigen land, de plek waar hij woont, zijn geboortegrond en lijkt thuis te komen met deze jeugdroman. Dat belooft heel wat voor de vervolgdelen.

De zoon van de zee

De zoon van de zee

Davide Morosinotto

Translation by: Peter van der Drift en Manon Smits

Illustrations by: Lucrezia Buganè

Uitgever: Uitgeverij Pelckmans

ISBN 9789463377874

392 pagina’s

Prijs: € 19,50

Kopen bij Libris