Wat zou er gebeuren als de stad waar je in woont belegd wordt? Het is 1574 en de elfjarige Bregje uit Gevangen in de stad van Marte Jongbloed maakt dit mee. Ze woont in het weeshuis van Leiden en moet vanwege de dreiging van een beleg door de Spanjaarden in dienst bij een huishouden. Dat huishouden is van Dirkje Louwerijsdochter, een vroedvrouw. Zij is erg tevreden met de hulp van Bregje. Maar als er tijdens het beleg steeds minder te eten is in de stad en ook nog eens de pest uitbreekt, komen Bregje en de vroedvrouw in moeilijkheden terecht.
Het dagelijks leven in 1574
Het boek is vrij kort en leest makkelijk weg. Dit is aan de ene kant fijn, maar aan de andere kant mist het verhaal soms een beetje diepgang. Problemen zijn vaak snel opgelost en bepaalde dingen, zoals de achtergrondverhalen van de personages, worden te kort beschreven. Wel werkt Jongbloed het historische aspect van het boek goed uit. Het dagelijks leven in die tijd is duidelijk beschreven en aan het begin en eind van het boek wordt ook extra historische achtergrond gegeven.
Het is interessant om te weten welke delen van het verhaal echt gebeurd zijn en wat een beetje aangepast is. De demonstratie van de vroedvrouwen, een belangrijke gebeurtenis in het boek, is bijvoorbeeld echt gebeurd. Hoewel het niet zeker is of het zo is gegaan zoals beschreven in het boek. Op de eerste en laatste pagina’s is een kaart van Leiden te zien zoals het er in het tijdperk waarin het verhaal zich afspeelt uit zag. Deze plattegrond is niet zomaar een tekening, maar een echte plattegrond uit het Erfgoed Leiden, zoals vermeld staat in de colofon. Dit is leuk, omdat de lezer zich hierdoor een goed beeld kan vormen van de omgeving waarin het verhaal zich afspeelt.
Ontzettend eigenwijs
De hoofdpersoon Bregje is zelfstandig en hardwerkend, maar ook ontzettend eigenwijs. Dit maakt het leuk om over haar te lezen. In het eerste hoofdstuk van het boek vertelt zij in de derde persoon over zichzelf en hoe ze in het weeshuis terecht is gekomen.
‘Als ik langs de Pieterskerk loop, moet ik altijd aan dat pasgeboren meisje denken dat daar elfenhalf jaar geleden is gevonden. Ze lag in een dekentje gewikkeld in een biechtstoel.’
Pas aan het eind van het hoofdstuk kom je erachter dat Bregje zelf degene is die het vertelt, waarna het boek verder gaat in de ik-persoon. Hierdoor kijk je eerst van buitenaf mee naar een verhaal dat Bregje vertelt op basis van wat ze van anderen mensen heeft gehoord en zelf heeft uitgezocht en daarna kijk je pas mee in haar belevingswereld. Dit is logisch, omdat Bregje zich natuurlijk niet kan herinneren dat ze een baby was. Aan het eind van het eerste hoofdstuk zegt ze dat ze niet gewild is. Dit komt verder in het boek helaas niet terug. Het was interessant geweest om te zien hoe de hoofdpersoon met deze gedachten omging.
Gevangen in de stad is een boek over een boeiend gedeelte van de geschiedenis met een leuke hoofdpersoon. Het laat duidelijk zien hoe het dagelijks leven in Leiden vroeger was.









