Deze 1 oktober is een druilerige dinsdag. In de trein op weg naar Lotte Stegeman ontving ik daarom al een appje van haar dat ze me met de auto zou komen ophalen van het station.

Bij de eerste kop koffie vertelt ze losjes over haar drukke tijd. Net een maand terug van een berentocht in Alaska voor haar nieuwe kinderboek en aansluitend een road trip voor een volwassenenboek, en ook nog eens de start van de Kinderboekenweek waarvoor ze een toer maakt langs scholen en bibliotheken.

De kamer in haar huis – ‘gebouwd in 1906’ – is rustig ingericht en ademt een sfeer van denken en doen. Op de piano liggen haar meest recente boeken, Ik voel ik voel wat jij niet ziet over emoties bij dieren en Slimmer dan je denkt over hun intelligentie. Op de tafel waaraan we zitten liggen diverse boeken over beren, deels meegebracht van haar laatste reis. Genoeg te bespreken dus.

Was je als kind al nieuwsgierig naar diergedrag?
‘Ja. Ik trok er op uit om dieren te observeren: vogels, vissen en kikkers en zo. Ik wilde heel graag een huisdier, maar vanwege een allergie van mijn moeder kon dat niet. Ik heb toen uit pure wanhoop ooit een wandelende tak in huis gehaald, maar daar kon ik niks mee. Ik heb hem al snel weer in de klimop in de tuin gezet. Een goudvis mocht wel, maar daar kon ik ook alleen maar naar staren, wat ik trouwens ook uren deed. Een tijdje later kwam er ook nog een konijn in huis. Dat kocht ik stiekem met mijn oma toen mijn ouders een weekend weg waren’.

Schrijven over dieren deed je wel
‘Dat vond ik heerlijk. Ik zette er een buurtkrantje over in elkaar. Maar de enige die er in schreef was ik zelf’.

Was je ook de enige lezer?
‘Mijn ouders lazen het wel en deden op zijn minst alsof ze het leuk vonden. Die drang om te schrijven heb ik trouwens ook vroeg gekregen. Vooral mijn vader zat altijd te lezen en dat hielp. Er waren altijd boeken in huis. Ik las alles van Roald Dahl, Astrid Lindgren, Enid Blyton enzovoort. Zo wilde ik zelf schrijven. Ik herinner me ook nog dat mijn zus en ik altijd een boek mochten uitzoeken in een tweedehands boekenwinkel op weg naar mijn opa en oma. Ik zie die winkel nog steeds voor me en kan zelfs de geur van die oude boeken terughalen’.

Fietsen
Later raakten de dieren op de achtergrond. Lotte bleek niet goed in biologie en andere exacte vakken. Het schrijven bleef wel, na haar studie Communicatiewetenschap onder andere voor de jeugdkrant Kidsweek: ‘Maar toen ik daar hoofdredacteur werd, redigeerde ik bijdragen van anderen en moest ik de boel vooral managen. Ik was dan wel eens jaloers op de redacteur die al haar tijd aan dierenverhalen kon besteden’.

Na een jaar of dertien bij de jeugdkrant stond Lotte voor de vraag welke richting ze in haar leven wilde inslaan. Ze nam onbetaald verlof om met haar man Peter in zes maanden ruim 10.000 km te fietsen van Miami naar Alaska. Ze deden er verslag van in hun boek Country Roads uit 2017: ‘We waren slecht voorbereid en Peter en ik kwamen elkaar en onszelf flink tegen.’ Maar daarvoor was de onderneming ook bedoeld.

‘Tegen de tijd dat het halfjaar om was moest ik natuurlijk wel iets met de vraag waarmee ik aan die reis begon: hoe wil ik verder? Op onze tocht had ik zoveel indrukwekkende dieren én gevolgen van klimaatverandering gezien, dat ik op een bepaald moment ergens op een smeltende gletsjer heel zeker wist: dit ga ik doen, schrijven over natuur. En dan vooral over dieren in relatie tot ons, mensen. In onze cultuur zijn we opgegroeid met het idee dat wij boven de dieren staan, maar daar mogen we wel wat nederiger in te worden. Kijk bijvoorbeeld eens naar wat we van dieren kunnen leren. Ze hebben, in tegenstelling tot wat veel mensen lang dachten, veelal wel degelijk bewustzijn en rijke emoties, en zijn in staat om oplossingen te bedenken waar wij niet op komen’.

Je bezoekt vaak scholen, bibliotheken en musea om daar je verhaal te doen. Dan kun je gemakkelijk het effect krijgen dat luisterende kinderen je dierenverhalen grappig vinden, maar nog niet anders gaan denken over de verhouding tussen mensen en dieren. Of bereik jij dat doel wel?
‘Dat weet ik nooit zeker, want ik zie een groep in een klas of een bibliotheek alleen die ene keer. Ik kan dus niet door een nieuw bezoek vaststellen of hun houding inderdaad is veranderd. Ik merk wel dat kinderen onder de indruk zijn van wat ik vertel en van de filmpjes die ik laat zien. Er is bijvoorbeeld een prachtig filmpje van Frans de Waal [die primatengedrag bestudeerde, AA] over afgunst bij kapucijnaapjes. Het is hier te zien.  Die reacties herken je of je nu 5 jaar bent of 73. De verhalen over dieren, hun emoties en capaciteiten raken niet alleen anekdotisch. Ik geloof er heilig in dat je met verwondering over diergedrag liefde voor dieren stimuleert. Mijn hoop is ook dat mensen zich anders tot ándere diersoorten gaan verhouden als ze zien dat we helemaal niet zoveel verschillen’.

Toch valt er nog een wereld te winnen…
‘Ja. Een reusachtige wereld, als je het mij vraagt. Kijk naar de manier waarop veel dieren nu worden behandeld – bijvoorbeeld in de bio-industrie. Of naar onze omgang met wilde dieren, die op allerlei plekken waar ze mensen “in de weg zitten” het veld moeten ruimen’.

Zie jij jezelf als activist?
‘Bedoel je of ik op de A12 ga zitten of dieren ga bevrijden? Die vorm van activisme past niet bij mij. Soms zie ik ook acties die misschien wel meer weerstand oproepen dan begrip. Ik noem mezelf hooguit een softe activist’, zegt ze lachend. ‘Ik geloof echt dat ik met mijn boeken en gesprekken iets kan veranderen, hoe klein ook. Dat ik kinderen, en daarmee wellicht soms hun ouders, de ogen kan openen door kennis over en liefde voor dieren bij te brengen. Dat is mijn weg’.

Je boeken hebben zoveel succes dat ze in verschillende talen zijn vertaald. Hoe kwam je in het buitenland in beeld?
‘Mijn uitgever presenteert mijn boeken op de bekende beurzen in Frankfurt en Bologna, en daar vonden ze hun weg naar andere landen. Dat is zoiets magisch! China had zelfs op basis van mijn vorige boeken de rechten van mijn laatste boek Slimmer dan je denkt al gekocht vóór het hier uitkwam.

En vorige week kwam er een mailtje van mijn uitgever: “Er is een bod uit Duitsland gekomen. Ga je daarmee akkoord?” Als zulke mailtjes komen, reageren Mark [Janssen, illustrator van haar laatste twee boeken, AA] en ik wel even jubelend. Dat is zo’n heerlijk gevoel!’

Intussen schrijf je niet alleen voor kinderen over diergedrag. Je bent aan een nieuw project bezig, samen met Auke-Florian Hiemstra van Naturalis. Wat kun je daarover vertellen?
‘Ik kan er inhoudelijk nog niet veel over zeggen, maar wel dat het is voortgekomen uit een kennismaking met Auke-Florian toen ik hem interviewde voor Slimmer dan je denkt en Quest. We bleken een klik te hebben, bijvoorbeeld als het gaat om wetenschappers die we bewonderen. Voor het volwassenenboek waar we nu aan werken, spraken we onder meer al met Jane Goodall, Peter Singer en Marc Bekoff, reusachtige natuurhelden. Het is een ongelooflijk indrukwekkend project waar we voorlopig nog druk mee zijn. Het gaat in 2026 verschijnen’.

Beren
Dit boek voor volwassenen is een uitstapje, want Lotte blijft gericht op kinderliteratuur. Ook daarvoor spreekt ze veel met wetenschappers. Ze wil geen romantische verhaaltjes vertellen. Alles moet verhalend maar tegelijkertijd degelijk onderbouwd zijn. Er is weer een nieuw kinderboek op komst, ditmaal samen met illustrator Marieke ten Berge, en onder de titel: Wij beren. Eindelijk ons echte verhaal. In december levert ze het manuscript in: ‘Er zijn over beren oneindig veel broodje-aapverhalen. Het is tijd om die uit de wereld uit te helpen’.

De reis naar Alaska die ze voor het berenboek maakte, liet een overweldigende indruk achter. Het was een wens die ze al jaren had: een bezoek brengen aan McNeil River, in het zuiden van Alaska. Daar verzamelt zich elke zomer een grote populatie bruine beren om onder andere op zalm te vissen. Je kunt het gebied alleen met een watervliegtuigje bezoeken, en dan nog beperkt, want je moet worden ingeloot om mee te mogen in een groep van tien bezoekers. Je mag dan met die groep onder leiding van een gids de beren vijf dagen lang observeren.

‘De kans dat je wordt ingeloot is 5%, maar ik zat erbij. Bizar gewoon. Het is zo bijzonder omdat het zo’n krachtig voorbeeld is van hoe de verhouding tussen de mens en zo’n dier kan zijn. Je slaapt met zijn tienen in een klein kamp, in tentjes. Je mag het kamp ook niet uit zonder de gids. Met hem wandel je overdag bijvoorbeeld naar de vissende beren en je gaat daar op een rijtje aan de rivier zitten. De beren komen vlak bij je, maar doen niets. Dat systeem werkt al meer dan vijftig jaar, omdat de beren nooit hebben geleerd mensen te associëren met eten dat er te halen zou zijn en evenmin hebben geleerd mensen als gevaar te zien. Zolang wij mensen ons aan de regels houden, gaan zij gewoon hun gang. Die excursies worden al vijftig jaar georganiseerd en er is nog nooit een aanvaring tussen mens en beer geweest. Het is dus exemplarisch voor hoe de natuur zou kunnen werken. Natuurlijk gaan we nooit meer op zo’n punt komen, want daarvoor zijn we te ver afgedreven van die oorspronkelijkheid. Maar het toont wel aan dat we die brute gevaarlijke beer in onze ideeën en verhalen eigenlijk zelf deels gecreëerd hebben’.

Ik zie meteen parallellen met de discussies nu over de terugkeer van de wolf in Nederland
‘Precies. Hoe wij met wolven omgaan is een houding die gevoed is door onze eigen cultuur: we hebben afgeleerd om te leven in natuurlijke verhoudingen tussen soorten’.

Een van de grondleggers van de ‘methode McNeil’ was Larry Aumiller. Een paar decennia begeleidde hij als gids groepen in het gebied, nu is hij met pensioen. Hij schreef ooit: “Hoe meer je weet, hoe meer je verbindt. Hoe meer je verbindt, hoe meer je waardeert. En hoe meer je waardeert, hoe meer je het vermogen hebt om… lief te hebben.”.

Lotte daarover: ‘Meer liefde voor natuur, door meer kennis en verwondering. Dat is precies wat ik met mijn boeken hoop te bereiken.’


Auteursfoto: Anna Reposa