Een paar jaar geleden waren onze kleinkinderen helemaal in de ban van ridders en jonkvrouwen, van boogschieten en zwaardvechten. De leuke animatieserie Robin Hood, rebel van Sherwood, die toen op TV werd uitgezonden, stimuleerde dat nog eens extra. Zelf deed ik dienst als ‘edeldame’ en met verve verdedigden de kleinkinderen mijn eer en beschermden ze mijn kostbare juwelenschat. We leefden ons helemaal in en er ontstond een grote behoefte aan wapens; zonder zou het namelijk jammerlijk misgaan met mijn eer en mijn edelstenen. Daarom nam ik hen mee naar mijn broer Jeroen. Eerst als jeugdleider voor de kinderen in zijn groep en later voor zijn eigen kinderen en hun vriendjes, maakte hij tientallen houten wapens. Samen met onze kleinkinderen maakte hij ook voor elk van hen een pijl en boog, een zwaard en schild. Het was niet duidelijk wie daar meer van genoot: mijn broer of onze kleinkinderen! Mijn broer zei in elk geval dat we nog mochten terugkomen en onze kleinkinderen waren de koning te rijk. Op weg naar huis zeiden ze tegen hun vader: ‘Sorry papa, jij kan ook veel, maar Jeroen is de beste maker van de wereld!’ Ze vonden het geweldig om samen met mijn broer iets te maken met hun handen en ze waren apetrots op het resultaat. En zo kwam het gelukkig ook helemaal goed met mijn eer en mijn juwelen!
Hoe leuk is het inderdaad om zelf iets te maken, wat het ook is, en heus niet alleen voor kinderen. Of je nu een vogelhuisje timmert, een jurk naait, een stukje schrijft, een tuin aanlegt, je auto repareert, een beeld houwt, een modelvliegtuig in elkaar zet.., het is allemaal fantastisch en geeft zoveel voldoening. Iets zien groeien onder en in je handen, is zò deugddoend. Met diezelfde broer, had ik daar ooit een gesprek over. Hij is advocaat, maar daarnaast ook ‘de beste maker van de wereld’! Hij is immers ook schilder, bouwer, klusser, tuinman, hersteller… In ons gesprek hierover zei Jeroen onder andere dat het zo belangrijk is dat mensen ook met hun handen werken en dat ons schoolsysteem daar te weinig aandacht voor heeft en onze samenleving te weinig respect.
In onze maatschappij heeft al sinds vanouds het ene beroep meer status dan het andere en wordt intellectuele arbeid hoger gewaardeerd dan lichamelijke arbeid. Vreemd toch. Waarom zou de ene baan belangrijker of beter zijn dan de andere? Waarom zou het ene talent meer gewaardeerd en gerespecteerd moeten worden dan het andere? Zou het niet zo moeten zijn dat ze allebei evenveel waardering krijgen? Zou het niet veel meer moeten gaan over appreciatie voor vakkennis, toewijding, doorzettingsvermogen, betrokkenheid, creativiteit?
In De sterren onder onze voeten van David Barclay Moore, groeit Lolly, de 12-jarige hoofdpersoon, op in de New Yorkse wijk Harlem. Zijn oudere broer Jermaine was lid van een crew (= bende) en is daardoor heel recent doodgeschoten. Lolly is boos, verdrietig en bang, want Jermaine kan hem nu ook niet meer beschermen tegen die crews. Het enige wat helpt tegen al die zorgen, is bouwen met Lego. Nadat hij voor zijn verjaardag een boek over architectuur heeft gekregen en zakken vol Lego, begint hij samen met Big Rose te bouwen: hij de ideale stad van zijn dromen en zij een kopie van St. Nick, de buurt waar ze allebei wonen. Niet alleen vinden zij het fantastisch om hun steden Lego-steen na Lego-steen te zien groeien; iedereen vindt hun werk geweldig en Lolly en Rose worden plots met andere ogen bekeken. Daarnaast blijkt het ook een heel goede manier te zijn om te ontsnappen aan de harde werkelijkheid van Harlem. Want het zal niet lang meer duren voor Lolly ook moet kiezen: zal hij het voorbeeld volgen van Jermaine, of niet? Terwijl hij en Rose samen bouwen, leert hij zoveel bij en ontdekt hij gaandeweg wat hem te doen staat.









