Cedric is de hoofdpersoon in De kleine lord van de Brits-Amerikaanse schrijver Frances Hodgson-Burnett. Het boek is een klassieker uit 1885, opnieuw uitgegeven bij uitgeverij Leopold in de vertaling van Imme Dros. Het is een vlot geschreven en spannend verhaal vol avontuur, met een echte held, wiens onbevangenheid de moderne lezer wellicht wat al te naïef voorkomt, maar door de kracht van het verhaal beslist niet verveelt.
Weg met de adel!
Cedric is net verwikkeld in een goed gesprek met zijn vriend meneer Hobbs, de kruidenier op de hoek van de straat, over Engeland, de koningin en de verdorvenheid van de Britse adel, als Mary, de hulp in de huishouding, binnenstormt en hem komt roepen. Zijn moeder moet hem dringend spreken. Er is een vreemde heer op bezoek, een advocaat uit Engeland die hem begroet met de woorden: ‘En dit is dus de kleine Lord Fauntleroy’. Verbijsterd reageert Cedric en vlucht in de armen van zijn moeder. Hij is helemaal niet blij. Lord….., hij ….., een lord…, en de kleinzoon en opvolger van een Engelse graaf over wie zijn vriend meneer Hobbs altijd vol afschuw spreekt?
Een onbedorven kind
Cedric woont met zijn moeder in een eenvoudige wijk in New York. Zijn onlangs overleden vader, kapitein Cedric Errol, is de jongste zoon van de steenrijke Engelse graaf van Dorincourt. Op studiereis in Amerika wordt de kapitein smoorverliefd op een mooie gezelschapsdame van een rijke oude vrouw en, omdat ze zoveel van elkaar houden, zijn zij getrouwd en krijgen zij een kind, Cedric. Als de oude graaf dit hoort, is hij des duivels en verstoot zijn zoon van wie hij eigenlijk het meeste houdt. Hij wil niets meer met hem te maken hebben. Omdat het bij de Engelse adel de regel is dat de oudste zoon de titel en alle bezittingen erft, resteert er voor kapitein Cedric niets anders dan een nieuw leven op te bouwen in Amerika. Na de dood van zijn vader, de kapitein, en de dood van zijn twee kinderloze ooms, blijft alleen Cedric nog over als opvolger van de graaf. Dit komt de advocaat vertellen aan Cedric en zijn moeder. Er zijn echter wel een paar voorwaarden aan verbonden. Zo moet Cedric zonder zijn moeder, voor zijn opleiding gaan wonen op het kasteel van de oude graaf. Zijn moeder mag komen wonen in het koetshuis. Elke week mag hij haar een keer opzoeken. Zijn moeder echter is niet welkom op het kasteel. De oude graaf haat haar. In zijn ogen is zij een ordinaire Amerikaanse slet die zijn lievelingszoon van hem heeft afgenomen. Dit laatste wordt natuurlijk niet aan Cedric verteld. Cedric krijgt alleen te horen dat hem de reden voor de regeling later duidelijk gemaakt zal worden. De advocaat heeft opdracht gekregen van de graaf om alle wensen van Cedric te vervullen, opdat de jongen een positief beeld krijgt van zijn opa. De motieven van de graaf echter zijn verre van edelmoedig. Hij denkt Cedric voor zich in te nemen met cadeautjes. Maar Cedric blijkt niets voor zichzelf te willen. Hij neemt afscheid van zijn vrienden en omdat hij nu rijk is, gaat hij voor hen iets goeds doen. De kruidenier, meneer Hobbs, met wie hij altijd eindeloze gesprekken heeft over de Amerikaanse politiek, over de Onafhankelijkheidsverklaring en George Washington en over het perfide Albion met zijn corrupte en huichelachtige adel, krijgt een mooi horloge. Het arme, oude appelvrouwtje krijgt een kacheltje voor in haar stalletje zodat ze het niet langer koud heeft en Dick, het schoenpoetsertje, krijgt een bedrijfje helemaal voor zichzelf.
Een sluwe oude man
De tegenpool van de held Cedric wordt gevormd door zijn opa, de norse, verbitterde graaf van Dorincourt. Het is de taak van Cedric het hart van zijn opa te ontdooien en hem voor zich te winnen, en dat lukt. Al bij hun eerste ontmoeting blijkt de onbevangenheid van Cedric aanstekelijk. Hij is niet bang voor de graaf en slaat al snel zijn arm om de grote hond van de graaf. Hij praat honderduit en de graaf begint steeds meer plezier in de kleine jongen te krijgen en gaat zich zelfs aan hem hechten. Wel blijft het aan Cedric knagen dat zijn moeder niet bij hen mag wonen. Naar de reden daarvoor mag hij niet vragen. De graaf hoopt de jongen zodanig voor zich in te nemen met allerlei cadeautjes, dat hij het gemis van zijn moeder wel zal vergeten. Tevergeefs natuurlijk.
Heerlijk leerzaam
De kleine lord past naadloos in de romantiek van de 19e eeuw met verhalen in het genre van Alleen op de wereld. Het zijn echte feel good stories met een tijdloos karakter. Het verhaal biedt trouwens prachtige aanknopingspunten om te berde te brengen in een gesprek met een kind. Zo is het hoogste goed dat Cedric en zijn moeder weten te bewerkstelligen de graaf zover te krijgen de nood van zijn pachters te verlichten door de vervallen huisjes in het dorp op te knappen en hen financieel niet langer het vel over de oren te halen. Liefdadigheid dus en geen sociale gerechtigheid. Dit sluit ook aan bij de setting van het verhaal zo vlak na de Amerikaanse Vrijheidsoorlog tegen Engeland. De Amerikaanse onafhankelijkheidsverklaring waar meneer Hobbs veel over praat met Cedric is gebaseerd op de principiële gelijkheid van alle mensen, terwijl in Engeland de standenmaatschappij nog volop functioneerde. Kortom, dit boek is niet alleen een heerlijk kinderboek gestoken in een toepasselijk jasje van goudgalon, maar ook een fantastische spiegel van de wereld aan het eind van de 19e eeuw.









