In de verhalenbundel Dagfrid – Het eigenwijze Vikingmeisje neemt de Franse auteur Agnès Mathieu-Daudé de jonge lezer mee in een stukje geschiedenis van Scandinavië. Dagfrid, die liever Astrid of Solveig heet, is een Vikingmeisje. Geen keurige Viking in een jurk, maar eentje die letterlijk en figuurlijk de (zelfgenaaide) broek aanheeft. Oh, en ze haat vis. Niet handig, aangezien vis iedere dag op het menu staat. In plaats van dagelijks de turfhut schoon te maken en vis te drogen, zoals brave Vikingmeisjes doen, kiest Dagfrid ervoor om op avontuur te gaan.
Avontuur opsnuiven
In het eerste deel, ‘Rolletjes op je oren’, besluit Dagfrid in haar eentje per boot een ontdekkingsreis te maken. Al gauw stuit ze op een eiland vol Astrids en Solveigs en honderden wollige dieren, die Dagfrid nog nooit heeft gezien. Zouden ze beter smaken dan vis?
Het tweede deel, ‘Bij Thor’, gaat over Dagfrids broer Odalrik. Deze zestienjarige Vikingjongen ligt continu languit in zijn boot om ‘het avontuur op te snuiven’. Dagfrid wordt daarentegen telkens aan het werk gezet. Als oma Edda op een dag vertelt aan Dagfrid dat ze de eer krijgt om het visbanket voor de hoofdmannen te maken, verzint Dagfrid een manier om haar broer deze ‘stinkklus’ te laten klaren.
In ‘Dagfrid wil een huisdier’, het derde deel, besluit Dagfrid dat ze een kat wil. Haar ouders beweren dat Odalrik allergisch is voor katten en dat een huiskat daarom geen optie is, maar dit blijkt een smoes te zijn. Wanneer Dagfrid haar oma helpt met het plukken van de sla, vindt ze een slak. Daar weet ze wel raad mee.
Omgaan met uitdagingen
Lezers leren van Dagfrid hoe ze op een creatieve manier kunnen omgaan met uitdagingen en komen het een en ander te weten over de Vikingcultuur. Mathieu-Daudé weet alledaagse ‘kinderproblemen’, zoals moeten eten wat de pot schaft en een huisdier willen maar niet mogen, luchtig te beschrijven en met humor op te lossen. De verhalen zijn geschreven in de ik-vorm. Dagfrid vertelt ongefilterd over de avonturen die ze heeft beleefd. Kenmerkend zijn de hilarische dialogen, zoals deze tussen Dagfrid en haar moeder uit ‘Bij Thor’:
“‘Waarom?’
‘Waarom wat, mijn kleine scholliewollie?’ (Ik had je gewaarschuwd dat mijn moeder echt dol is op vis.)
‘Waarom mag Odalrik de hele dag niksen en moet ik vis koken?’
‘Ah, mijn bultruggetje… Wie heeft er ooit een krijger vis zien koken?’
‘En vegen?’
‘Nou, mijn platte sliptongetje, geloof je echt dat Odalrik kan vegen?’
‘Natuurlijk niet. Hij kan niets, omdat jullie hem niets leren!’
‘O, mijn kleine reuzeninktvisje… Je weet toch wel dat Odalrik leert om een groot krijger en een geweldige zeevaarder te worden, een beetje zoals papa.’
‘Hij ligt de hele dag te luieren in zijn boot.’
‘Ja, goed, hij is nog een beetje te klein om te gaan plunderen en…’
‘Hij is een meter drieënnegentig.’
‘Oké, dat klopt, maar hij is nog in de groei. En bovendien heb ik een eed gezworen.’
Dat laatste zei mama op een fluistertoon, alsof ze zich een beetje schaamde. En dat is iets wat Vikingen niet snel doen.”
Sprekende gezichten
Het boek staat vol met kleurrijke illustraties (minimaal één per twee bladzijden), waarin het eigenwijze karakter van Dagfrid goed uit de verf komt. Dat komt vooral doordat tekenaar Olivier Tallec het accent heeft gelegd op de gezichtsuitdrukkingen. Net als de tekst, bevatten de afbeeldingen veel humor. Zo is onder andere te zien hoe Dagfrid een enorme wolf met een hartjeshalsband uitlaat en hoe ze met een groen gezicht en een knijper op haar neus vis aan een waslijn hangt. Alleen al het feit dat de wasknijper ver na de Vikingtijd is uitgevonden, zorgt ervoor dat ook volwassen lezers een lach niet kunnen onderdrukken.
Lekker eigenwijs
In elk verhaal stelt Dagfrid zichzelf en haar familie kort voor. Daardoor kunnen de delen afzonderlijk van elkaar en in willekeurige volgorde worden gelezen. Ieder deel bestaat uit vijfendertig tot vijftig pagina’s. Voor wie op zoek is naar een geschikt cadeau voor jonge lezers: Dagfrid – Het eigenwijze Vikingmeisje past mooi binnen het thema van de Kinderboekenweek 2024: ‘Lekker eigenwijs!’









