Dat van die lelietjes-van-dalen wordt verteld in de inleiding van het boek die de titel ‘Plantastisch’ kreeg. Zo’n verzonnen woord en het verhaal van de soldaat die zijn billen afveegde zijn maar twee voorbeelden van het enorme plezier dat Bittenbinder en Last moeten hebben gehad in het schrijven van het boek. Hij is een enthousiaste verteller die precies de juiste toon vindt om je nieuwsgierigheid te prikkelen. Dat doet hij ook door de verschillende vertelvormen. Korte informatieve teksten in luchtige taal worden afgewisseld met langere verhalen (één keer zelfs rijmend) in de vorm van dagboeknotities van Linnaeus over zijn reis door Lapland, de terdoodveroordeling van Socrates die het gif van de gevlekte scheerling moest drinken en de spannende geschiedenis van Hildegard (von Bingen) en haar (voor dit verhaal verzonnen?) zus Froilhilt die van hekserij werd beschuldigd en op de brandstapel belandde, totdat…
Gevaren in het plantenrijk duiken in het boek pas echt op vanaf het derde deel. Eerst nemen de auteurs alle ruimte om uit te leggen wat een plant eigenlijk tot plant maakt, wat categoriseren is, hoe de evolutie in het plantenrijk is verlopen en wat zoal records zijn op het gebied van hoogste, kleinste, zwaarste enzovoort plant of bloem.
Maar als we bij de gevaren komen gaan de schrijvers ook echt los. Gevaar is trouwens niet alleen gif dat in een aantal gevallen dodelijk kan zijn. Het schuilt voor sommige dieren in de verleidelijkheid van een bloem, zoals de Venusvliegenvanger. Die lokt insecten en klapt dicht zodra ze van het lekkere binnenste komen smullen. En er zijn ook planten zoals de parasieten die zich nestelen rond een boom of tak en hun voedsel daar vervolgens uit ‘stelen’.
Tenslotte zijn er ook nog de planten die gevaarlijk zijn maar bij juist gebruik juist geneeskrachtige werking hebben. De taxusbes is er een voorbeeld van: enorm giftig, maar heilzaam bij kankerbestrijding.
De gympie-gympie mag dan een grappige beschrijving opleveren, dat geldt voor meer moois. Zoals de grootste bloem ter wereld, de rafflesia, die 1 meter breed kan worden en alles wat hij nodig heeft uit wortels van andere planten haalt en met zijn stank van rottend vlees vliegen lokt. En de reuzenwaterlelie die in het Amazonegebied voorkomt en bladeren heeft die ‘tot wel 2 meter groot worden. Dat is even lang als een roeiboot’ en ‘groot en sterk genoeg [zijn] om een baby te dragen’.
De schrijvers bedanken in het Nawoord de gebruikers van Gevaar in het plantenrijk voor het lezen: ‘We hopen dat je net zoveel van dit boek hebt genoten als wij deden bij het schrijven ervan’.
Dat zit hoogstwaarschijnlijk wel goed.









