Je staat op de rand, kijkt naar beneden en… daar is het gat. In Gewoon een gat neemt Mathilde Stein je mee in de wereld van Soof, die prima kan zwemmen, maar blijft steken bij dat ene onderdeel. Voor veel kinderen is dat herkenbaar, want dat moment, armen vooruit en gaan, is voor hen het spannendste stukje van zwemles.
‘Kijk. Daar staat Soof.
Op de rand van het bad.
Ze bibbert.
Ze wil niet.
Of… ze wíl wel.
Maar ze durft niet.
En het MOET!’
Tussen willen en durven
Soof wil wel. Echt. Maar ze durft niet. En hoe vaker volwassenen zeggen dat ze het gewoon moet doen, hoe minder dat helpt. Daardoor herken je als lezer meteen hoe echt die angst is. Angst laat zich nou eenmaal niet wegduwen met een paar goedbedoelde woorden
‘“Gewoon doen, joh,” zegt mama.
“Is toch helemaal niet eng
Gewoon een gat.
Armen vooruit en WOESJ.
Je zwemt erdoorheen en klaar!
Daar hoef je echt niet bang voor te zijn, Soof.”’
Een duik vol avontuur
Maar dan verschijnt opa Oops, die vroeger als matroos de wereldzeeën bevoer. Als Soof hem over het gat vertelt, blijkt hij haar verrassend goed te begrijpen. Want zo’n gat… dat is helemaal niet zo onschuldig, als je bedenkt wat er allemaal ín en áchter kan zitten. Wat volgt is zijn verhaal over een duik die uitmondt in een bizar avontuur vol zeemonsters, meerminmannen, kwallenlegers en steeds weer nieuwe gaten diep in de zee.
Angst en zelfvertrouwen
Onder de humor en fantasie zit een duidelijke laag: angsten mogen er zijn. Oops lacht Soof niet uit, maar vergroot haar angst juist uit. Want als je het allerergste voor je ziet, slijmerige tentakels en woeste meerminmannen, valt dat zwembadgat ineens best mee. Of zal het er juist alleen maar spannender van worden?
Naast angst gaat het verhaal ook over vertrouwen, doorzetten en jezelf serieus nemen. Over hoe kinderen dingen anders beleven dan volwassenen. En over hoe belangrijk het is dat iemand écht naar je luistert. De boodschap voelt nergens opgelegd. Die zit verstopt in de grapjes en in het avontuur.
Speelse stijl en kleurrijke illustraties
De schrijfstijl van Stein is speels. De korte zinnen en veel witruimte zijn perfect voor beginnende lezers. Zinnen als ‘Armen vooruit en WOESJ!’ komen steeds terug en geven het verhaal vaart én humor. Ook uitroepen zoals ‘SNOTVERKOKKELS!’ maken het luchtig en zorgen voor glimlachmomenten tijdens het lezen.
De illustraties van Sophie Pluim zijn een feest op zich. Ze zijn rijk aan kleur en details en versterken de fantasie van het verhaal. De zeeavonturen spatten van de pagina’s, terwijl de emoties van Soof juist klein en herkenbaar blijven. De vele tekeningen zorgen ervoor dat jonge lezers zich makkelijk kunnen inleven en geven het boek een speelse, toegankelijke uitstraling.
Voor iedereen die ooit boven een gat hing
Gewoon een gat is een warm, grappig en bemoedigend boek voor kinderen die op zwemles zitten of net hun diploma hebben gehaald. Het vangt precies dat gevoel van willen maar niet durven en laat zien dat je daar niet alleen in bent. En misschien kijken kinderen na dit verhaal nét iets anders naar dat donkere gat onder water. Misschien is het… gewoon een gat.









