Een koddig, ritmisch rijmend prentenboek, dat uitnodigt om samen te lezen en te fantaseren. Een kind neemt je mee in een eigen wereld waar het geen probleem is dat de groenteverkoper een papegaai geeft in plaats van een peen.
In Wat ruik ik? Een beer! loopt de ik-persoon, een jong kind, van winkel naar winkel. Is de ik-figuur een hij, zij of hen? Het maakt voor het verhaal niet uit. Dat voelt prettig, dat het kind alleen ik is; elk kind kan deze ik zijn. Het kind wandelt, in zichzelf gekeerd, door het boek. Met herhalingen en verrassingen: ‘Ik ging naar de winkel en vroeg om …’, krijgt het kind steeds een dier in plaats van het gevraagde. De houdingen en gezichtsuitdrukkingen van zowel mensen als dieren geven zeggingskracht aan het verhaal. Wat zal het kind denken, zo voorovergebogen met zijn handen op zijn pet, kijkend naar de kat, geit en papegaai? ‘Ik ben in mijn sas, (..)’, lees je, maar of dat zo is, zie je pas op de volgende bladzijde.
Geestig verteld en getekend
Het verhaal is grappig. De rijm, de herhaling en de verrassing maken het boek herkenbaar, de luisteraar zal al snel woorden of zinsdelen uit het boek mee kunnen zeggen. Jonge kinderen zullen houden van de kleurrijke winkeliers en de vriendelijke beesten.
De levendige prenten, in gedempte kleuren, hebben een witte achtergrond. Hierdoor springen de mensen en de dieren naar voren. De achtergrond bestaat uit zachte potloodlijnen van de winkel, soms in kleur, soms niet.
Veel jonge kinderen zullen dol zijn op deze onverwachte en absurde grapjes. Dit boek doet denken aan We gaan op berenjacht (2019) van dezelfde auteur/illustrator-combinatie. Als je de oorspronkelijke Engels versie beluistert (op YouTube lezen de auteur en illustrator een deel van het boek voor) dan merk je dat de vertaling van Bette Westera goed bedacht is. Het onmisbare rijm en de herhalingen in de tekst blijven aanwezig. Een waardevolle aanvulling voor de boekenkast van jonge kinderen. Een boek om keer op keer samen van te genieten.









