Een wat andere column deze keer: eentje in afleveringen. Zoals u aan het eind van deze aflevering kan merken, ook niet één boek dat aandacht krijgt, maar meerdere.
Lang geleden was ik gedurende een aantal jaren havengids in de haven van Antwerpen en ontdekte ik zo een compleet andere wereld. Toen ontstond ook mijn belangstelling voor havens en vrachtschepen en ik probeerde met een bananenboot naar Colombia te reizen, wat me helaas niet lukte. Tot mijn grote vreugde ontdekte ik een paar jaar geleden een klein, gespecialiseerd reisbureau in Antwerpen, Cptn Zeppos, dat precies zulke reizen faciliteert. Zo werd mijn droom alsnog werkelijkheid en reis ik nu, als enige passagier, mee met de M/S Charlotta, een containerschip dat vaart onder Maltese vlag en eigendom is van de Finse rederij Langh Ship. We varen in ongeveer twee weken van Antwerpen naar Kemi, in Lapland, en weer terug. Onze eerste stop was de haven van Rotterdam. Ogen te kort, kwam ik daar: bedrijvigheid langs alle kanten en op alle mogelijke manieren. Zo reden er treinwagon-achtige trailers rond, met telkens een of twee containers erop. Geen cabine, geen bestuurder te bekennen: het waren computergestuurde containercarriers, die hun job foutloos uitvoerden en als mieren door elkaar krioelden.
Zo’n vrachtschip is een wereld op zich, een wereld waar je gedurende je reis een beetje deel van gaat uitmaken. Je wordt niet geëntertaind, je wordt verondersteld om jezelf bezig te houden en je aan te passen aan het leven aan boord en aan de regels die daar gelden. Je wordt wel heel vriendelijk onthaald en de hele bemanning heet je van harte welkom. Je hebt toegang tot de brug, tot de kapitein en zijn officieren; je mag honderduit vragen stellen en krijgt geduldig en uitgebreid antwoord. Er is maar één voorwaarde: je mag hen niet storen bij hun werk. Bij het in- en uitvaren van een haven, via een vaak nauwe vaargeul, of bij het afvaren en aanmeren van het schip, is iedereen op de brug in opperste staat van paraatheid en zwijg je best. Je ogen de kost geven mag wel en vooral het aanleggen is buitengewoon spectaculair: dat grote, logge vaartuig moet heel precies en behoedzaam afgemeerd worden, want uiteraard moeten zowel schip als kaaimuur dat aanmeren heelhuids overleven. Bij de kleinste fout spreken we immers over miljoenen aan schade. Elke keer weer slagen de loods (die het schip op weg naar, van en in de haven begeleidt) en de bemanning erin om dat ongelooflijke spannende precisiewerk zo perfect en zo zacht uit te voeren, dat je zelfs niet het minste schokje voelt. Geen wonder dus, dat er op de brug telkens na het aanmeren, een lichte euforie heerst. Ik heb dan de neiging om te gaan applaudisseren en mijn mond valt telkens weer open van bewondering voor het geweldige vakmanschap van de bemanning en de loods.
Het leven aan boord verloopt volgens een steeds weerkerend patroon. Hoge alertheid en zeer grote werkspanning bij het naderen en verlaten van een haven, bij het aanleggen en afvaren van het schip. Je voelt de spanning op de brug dan geleidelijk stijgen en benedendeks geldt hetzelfde, neem ik aan. Alles gebeurt volgens een strikte timing en geijkte procedures. Eenmaal aangemeerd, volgt het laden en lossen van het schip; hard werken voor iedereen. De dekmannen zorgen voor het fysieke laden en lossen. Kapitein en dekofficieren waken erover dat de laadoperatie gebeurt conform het los- en laadplan. Ze staan ook in voor de stabiliteit van het schip en voor het ballastbeheer. Indien nodig wordt er ballastwater van bak- naar stuurboord gepompt, of omgekeerd. De machinisten (de officieren in de machinekamer) staan ook tijdens de los- en laadoperatie in voor de stroomvoorziening: ze zorgen ervoor dat de hulpmotoren (generatoren) draaien en stabiel stroom leveren. Ze begeleiden ook het bunkeren, dat wil zeggen het innemen van brandstof, smeerolie en zoet water. Pas na het laden en lossen daalt er rust neer op het schip. Dan vertraagt het leven, alles kan wat relaxter en soms gaat men even van boord, als dat kan. Ook op volle zee is het leven aan boord wat meer ontspannen. Kapitein en officieren blijven stand-by, maar iedereen staat minder onder druk en er is tijd voor klusjes: administratie, materiaal testen, rampoefeningen, onderhoudswerken, kleine herstellingen, schilderen, … Tot de volgende haven in zicht komt. Al uren op voorhand bereidt de bemanning zich voor, in de machinekamer, aan dek en op de brug. Je voelt de spanning toenemen en de alertheid stijgen. En dan begint de hele cyclus weer opnieuw. Als havens elkaar snel opvolgen, zoals bijvoorbeeld Antwerpen en Rotterdam, betekent dat uiteraard ook dat de bemanning geen of in elk geval onvoldoende rust krijgt, want het schip moet nu eenmaal zo snel mogelijk geladen en gelost worden. No pic-nic, het leven van zeelui …
Over deze wondere wereld zijn ook heel wat boeken geschreven. Ik geef u alvast een paar tips. Als u graag meer leest over het reilen en zeilen in een haven, dan kan dat bijvoorbeeld in de klassier Nostrodomo van Joseph Conrad, of in Meeuwen sterven in de haven van Ivo Michiels. Voor kleuters introduceert Mirjam Visker in het prentenboek Kapitein Lappa de haven en voor kinderen vanaf een jaar of tien schreef Wilma Degeling Leeuwen op zee over de Rotterdamse haven.
Wordt vervolgd!









