Zeker 800 jaar duiken we terug in de tijd en we zijn in Vlaanderen, in Brugge om precies te zijn. Een groep alleenstaande vrouwen verenigt zich in een omheind deel aan de rand van de stad, want samen ben je sterk.
Het prentenboek Laurette en de begijnen begint met een flashback waarin Laurette, hoofd van het Begijnhof, naar buiten kijkt en glimlachend terugdenkt aan de dag dat ze de arme weduwe Saar ontmoet die met haar baby rondzwerft. Wat een verschil met nu! Saar is onderdeel van de vrouwengroep en baby Elise is een meisje van een jaar of zes. Hoe is dat zo gekomen?
Dat je samen sterk bent, is de rode draad van dit verhaal. Saar krijgt gebreide sokjes voor de koude voetjes van de baby en als dank biedt ze aan om de sokken, gebreid door een oude dame, op de markt te verkopen. De vrouw van wie ze schoenen krijgt, vraagt of Saar met haar zelfgemaakte schoeisel op de markt wil staan. Het leven kan zwaar zijn en iedereen heeft weleens hulp nodig. Dankzij de financiële middelen van de toenmalige gravin van Vlaanderen, gravin Margaretha, is het mogelijk om een lap grond te kopen en te bebouwen. Er komen gemeenschappelijke woningen waar vrouwen samenleven en de grotere woningen zijn voor de rijke vrouwen. Ze zorgen voor elkaar en ze zijn zelfvoorzienend, want er is een boerderij, een brouwerij, een molen en een kerk waar ze samen hun geloof beleven.
Zwanen en narcissen
Leontine Gaasenbeek is een illustratrice met een breed portfolio en ze heeft meer dan 100 prentenboeken op haar naam staan. Soms in samenwerking met een auteur, zoals Yaro en de Slippervis, maar soms tekent en schrijft ze het geheel, zoals Oppasser voor een dag, een prentenboek uit 2021 dat is geschreven bij het Kinderboekenweekthema ‘Worden wat je wil’. Naast illustraties voor reclames, producten en tijdschriften, werkt ze ook op groot formaat. Haar wandbekleding hangt in o.a. het Flevoziekenhuis en over het algemeen is haar werk vrolijk, gevarieerd en plezierig om naar te kijken. Terugkerende onderwerpen, ook te zien op haar olieverfschilderijen, zijn elementen uit de natuur, mensen en dieren. Daarvan zie je iets terug op de beginpagina van Laurette en de begijnen. We zien een guitige zwaan, geflankeerd door gele narcissen. Ben je nog nooit in het Brugse Begijnhof geweest, dan kijk je er misschien snel overheen. Anders zie je het huidige Prinselijke Begijnhof in de lente voor je: een ruim binnenveld met bloeiende gele narcissen, omringd door witgeschilderde huizen, een hoofdwoning en een kerk. En de zwaan? Die behoort tot het stadsbeeld vanwege een oude legende uit 1488 waarin de bevolking van Brugge moest boeten voor de onthoofding van schout Pieter Lanchals.
Een kleine duik in de geschiedenis
Dit boek is tot stand gekomen in samenwerking met de Openbare Bibliotheek in Brugge vanwege het 800-jarige bestaan van het Begijnhof in 2025. Het is een goed initiatief, maar de illustraties overtuigen niet en dat is erg jammer, gezien de portfolio van Gaasenbeek. De vrouwen in het boek zijn schematisch weergegeven met vaak dezelfde gezichtsuitdrukkingen en houdingen. De opengeslagen pagina met de gedekte tafel lijkt overbodig, omdat die op de volgende pagina terugkomt. Het verhaal is wat mager en oppervlakkig; de vrouwen krijgen weinig diepgang en zowel Saar als Laurette komen niet echt tot leven. De aanvullende informatie in het nawoord voegt juist veel toe en de vraag rijst waarom dat niet is geïntegreerd in het verhaal.
Dit boek is een mooie aanzet voor een kleine duik in de geschiedenis, want Laurette heeft echt bestaan, evenals de gravin. Je kunt met je kind praten over hulp vragen en hulp geven en eventueel een begijnhof bezoeken om het verhaal te verlevendigen. En de narcissen en zwanen? Die bestaan nog steeds.









