Tiener Zaya Zilla Vos uit de Young Adultroman Alles werd water van Martine Glaser worstelt zich een weg door haar leven dat bepaald wordt door een ernstig waterfobie, vele tieneronzekerheden en door conflicten op school en met moeder Jettie.
De roman is opgebouwd uit drie ongelijke delen van twaalf, zevenentwintig en twee hoofdstukjes. Het eerste deel begint volop in actie: Zaya rent ervandoor met haar mentor op haar hielen omdat ze niet mee wil naar het meer waar de leerlingen zullen gaan zeilen. De bestuurder van de auto die haar licht raakt, is paradoxaal genoeg haar redding. Hij ontfermt zich over haar waardoor de begeleidende docenten het goed vinden dat ze in zijn gezelschap aan wal blijft. Het blijkt een cruciale ontmoeting en de opmaat voor Zaya’s ‘redding’. Bestuurder Ab Jongbloed is oud-tekenleraar. Hij zet haar ter plekke aan het tekenen. ‘Tekenen is misschien wel het belangrijkste vak van allemaal’ zegt hij en hij ziet dat zij talent heeft. Zijn compliment ontroert en verwart haar. Haar moeder Jettie vindt tekenen zonde van de tijd en als Zaya iets niet heeft, is het een positief zelfbeeld. Ze voelt zich ‘een eilandje in de klas waar blijkbaar niemand aan wil leggen’ en wordt ook na deze middag in de klassengroepsapp weer bespot om haar ‘aanstellerij’. Ze worstelt met haar waterangst en met vage traumatische herinneringen en ook met de onwil van Jettie om het hier echt over te hebben.
Ballast en buitenstaander
Dan blijkt er een plekje vrijgekomen in een groepstekenreis van Ab! Zaya kan mee naar de Schotse Hooglanden. Het tweede deel van de roman beschrijft deze tien dagen waarin Zaya haar tekentalent verder ontwikkelt en vooral leert opener te worden en daardoor zelfverzekerder. Het schildergenootschap blijkt te bestaan uit een bont gezelschap van tien zeer verschillende mensen. Een aantal van hen kent ze van school, zoals de stille Willem en grofgebekte tegenpool Ralph, maar de meeste deelnemers zijn onbekend en veel ouder. ‘Volwassenen die vriendelijk deden tegen een kind’ is Zaya’s eerste gevoel. Waar is ze aan begonnen?
‘Tekenen is kijken’ heeft Ab Zaya bij hun eerste ontmoeting meegegeven. Nu, ver weg in de prachtige omgeving van Stornoway op het eiland Lewis, Noordwesten Schotland, leert hij de groep over de Gulden Snede, het slakkenhuis daarin en de regel van derden, over abstracte en realistische kunst, over grote kunstenaars en hun ontwikkeling, over de criticus in jezelf, de rationele linker- en emotionele rechterhersenhelft en de ‘bagage van ons verleden’. Zaya zuigt alles op. Ze ontwikkelt haar tekenskills en haar persoonlijkheid en het lukt haar stukje bij beetje beter te zien wat er is zonder de ballast van wat er was. Achterin het boek worden de acht tekenlessen beschreven om zelf thuis te proberen, wat een waardevolle toevoeging is.
Dat geldt ook voor de wijsheden en lustig rondgestrooide quotes van wetenschappers, kunstenaars en filosofen als Aristoteles, Cicero, Urbanus en Johan Cruijff. Ze zijn soms grappig in de context of in zichzelf en bieden stof tot nadenken. ‘Voor vrijlopen heb je techniek nodig’ citeert Walter Johan Cruijff. ‘Creëer je eigen ruimte’ zegt Ab. Het zet Zaya aan het denken evenals de interactie tussen de verschillende groepsgenoten met elk hun eigen(aardig)heden. Tijdens de tien tekendagen en door de opdrachten leren de groepsgenoten elkaar steeds beter kennen. Zaya voelt zich langzaam maar zeker gezien en gewaardeerd en geen eenling of buitenstaander meer. De groepsgenoten voelen zelfs een beetje als familie.
Zelfhelend vermogen
Alles werd water is geschreven vanuit het zij-perspectief van Zaya. De enigszins ongeloofwaardige stereotype beschrijving van de docenten aan het begin van het boek zullen we haar en schrijfster Martine Glaser niet euvel duiden. Dat Zaya’s zoektocht die van de lezer wordt, is een positief effect van de beleving vanuit haar perspectief. Kritisch hoogleraar psychiatrie Jim van Os, onder ander gespecialiseerd in psychotrauma, betoogt dat twee zaken heel belangrijk zijn bij genezing namelijk een ‘zelfhelend vermogen’ en ‘de ander’. Corrigerend sociaal contact kan oplossingen creëren. Dat is precies wat in deze jeugdroman bijzonder geloofwaardig is beschreven in een leerzame en inspirerende context van kunst, cultuur en groepsdynamiek.
Halverwege de tiendaagse tekenreis wordt het eiland geteisterd door een vreselijke storm met gevaar voor een supercelonweersbui. Zaya overwint in een spannende scène haar fobie en ontpopt zich tot reddende engel van haar lieve held Ab. Ze kan dat doen, zegt ze achteraf, door wat ze inmiddels geleerd heeft: ‘Doen, niet denken [en] niet elke keer focussen op die bagage uit je verleden.’ Helden zijn ook maar mensen, leert ze en passant. Ondertussen zijn voor de lezer nog altijd veel vragen over Zaya’s bagage onbeantwoord gebleven. Waar komt haar waterfobie vandaan? Wat is de betekenis van haar vage waterherinneringen? Waarom is Jettie soms zo onbenaderbaar en waardoor is haar relatie met Zaya zo moeizaam? In de laatste twee hoofdstukken van het boek volgt een verrassende ontknoping.









