Latif kan veel, heel veel. Hij kan verbaasd kijken, boos lijken en schrikken gaat hem ook goed af. Er is alleen één ding wat Latif, tot grote spijt van zijn ouders, niet kan. Latif lacht niet. Of tenminste, niet meer na die éne keer, toen hij heel jong was. Dit originele gegeven vormt het uitgangspunt in Lachen!, geschreven door Najiba Abdellaoui en van illustraties voorzien door Simon Buijs. Op een speelse manier dompelt dit duo de lezer onder in de wereld van Latif. Want waarom lacht Latif eigenlijk niet? En misschien nog wel belangrijker: hoe kan Latif weer aan het lachen worden gemaakt?
Niet normaal
Het verhaal van Latif is uitgegeven bij Querido, in de serie Tijgerlezen. Deze serie richt zich op de beginnende lezer, maar de verhalen kunnen ook goed voorgelezen worden. De delen uit de serie bevatten doorgaans veel actie en humor. Dat is ook zeker het geval in Lachen! Als Latifs ouders hem niet aan het lachen krijgen, brengen ze hem naar een lachspecialist. Na verschillende onderzoeken heeft de specialist zijn conclusie klaar: ‘Ik vrees dat uw zoon niet normaal is.’
Achteruit rennen
De ouders van Latif laten het hier niet bij zitten: ‘Niet normaal, niet normaal?! Er is niets mis met Latif! Nep-specialist! Kom, we gaan!’ Op de basisschool valt het ook al gauw op dat Latif niet lacht. Iedere klas bedenkt een plan om hem aan het lachen te krijgen: van het opvoeren van een toneelstuk over aliens die alleen achterstevoren praten tot en met het organiseren van een renwedstrijd waarbij iedereen achteruit in plaats van vooruit rent. Ook wordt de Laat Latif Lachen-club opgericht door de kinderen van groep zes. De grappige gebeurtenissen volgen elkaar in hoog tempo op. Het verhaal bevat veel woordgrapjes, moppen en leuke weetjes.
Herkenning voor iedere lezer
Wat opvalt is dat Abdellaoui op verschillende momenten aandacht heeft voor niet-dominante culturele en religieuze diversiteit. Zo zijn er meerdere momenten in het verhaal waarin subtiel het alledaagse leven in een islamitisch gezin wordt weergegeven: er wordt tussendoor gebeden door de ouders, Marokkaanse woorden passeren de revue en de veelgebruikte toevoeging ‘insha Allah’ wordt door moeder gebruikt. Ook Buijs draagt hier met zijn illustraties op een evenwichtige manier aan bij: zo schotelt hij de lezer beelden van een traditioneel Marokkaans theeservies voor en is er ruimte voor zowel moslimvrouwen zonder als met hoofddoek. Verhalen, zoals Lachen!, kunnen ruimte bieden voor herkenning bij lezers. En als deze herkenning er niet is, kan het tonen van een onbekende wereld toch verrijken: het geeft dan een inkijkje in een leefwereld die de jouwe niet is. Toch schuilt er een risico op moralisering: als aan het einde van het verhaal de problemen van Latif als sneeuw voor de zon verdwijnen, bedanken de ouders Allah ‘op alle mogelijke manieren’. Dit einde voelt aan als té uitgesproken, waardoor het verhaal enigszins aan gelaagdheid inlevert.
Belangrijk perspectief
Het verhaal van Abdellaoui heeft alles in zich om de beginnende lezer te vermaken: op een vlotte manier passeren grappige gebeurtenissen de revue. De grote hoeveelheid moppen, raadsels en weetjes zullen ook zeker in de smaak vallen. Tegelijkertijd blijft op de achtergrond steeds weer de vraag spelen hóe Latif aan het lachen te krijgen is. Een mooi gegeven is dat Abdellaoui in haar verhaal aandacht geeft aan de dagelijkse gang van zaken binnen een islamitisch gezin. Een belangrijk perspectief dat meer ruimte verdient binnen de kinderboekenwereld.









